Opera of Brussels.
Previous
Next
 

Date of issue: 8th of February 1997

OBC/COB : number: 2686-2689

 

Created by: Désiré Roegiest / P.P.G. De Schutter

Perforation: 11 1/2
Size : 48 x 28 mm ;
Composition of the sheets: 25
Printing Process: Screendeepprint/Heliogravure
Number of plates: 1-2
Printing Run: 2686 - 5.363.875ex ; 2687 - 5.268.875ex ; 2688 - 5.236.925ex ; 2689 - 5.116.000ex
Paper: P5 ( see paper Types )

 

2686 - 17F - Mariie Sasse - Soprano
2687 - 17F - Ernest Van Dijck - Ttenor
2688 - 17F - Hector Dufranne - Bariton
2689 - 17F - Clara Clairbert - Soprano

INFO

MARIE SASSE (Sopraan) (Oudenaarde of Deinze, 26 januari 1834 - Auteuil, 8 november 1907) Zij studeert zang te Gent, Parijs en Milaan. Na gezongen te hebben in verschillende Brusselse en Parijse cabarets, maakt zij in Venetië in 1852 haar lyrisch debuut in de rol van Gilda. Zij keert terug naar Parijs waar zij in 1859 bij het Théâtre Lyrique de rol krijgt van de gravin in Figaro's Bruiloft. Aan de zijde van Pauline Viardot vertolkt zij Eurydice in de creatie van Orpheus van Gluck, in de herziene versie van Berlioz. In 1860 werkt zij ook mee aan de creatie van Philémon et Baucis van Gounod. In 1860 maakt zij haar debuut bij de Opéra de Paris in de rol van Alice in Robert le Diable. Daar ook brengt zij in 1861 bij de première van Tannhaüser, in de "Parijse versie", de rol van Elisabeth, vervolgens vertolkt zij in 1865 de titelrol in L'Africaine van Meyerbeer en in 1867 is zij Elisabeth de Valois in Don Carlos. In Baden werkt zij in 1862 mee aan de creatie van Erostratos van Reyer. Zij treedt vervolgens nog op in de Scala van Milaan (1869-1870), in Florence, in Spanje, in Portugal, in Engeland en vooral in België. Alhoewel zij nooit deel uitmaakt van het gezelschap van de Munt, verzorgt Marie Sasse er toch regelmatig gastoptredens in 1862, 1868, 1869, 1870, 1873 en 1874. In 1877 wordt zij door stemverlies gedwongen de scène te verlaten en gaat ze zangles geven. Onder haar bekendste leerlingen citeren we Rose Caron die in 1884 in de Munt de rol hield van Brunehilde in Sigurd, rol die oorspronkelijk door Reyer geschreven was voor Marie Sasse. Zïj stierf in armoede in het bejaardentehuis Sainte-Périne in 1901. Opmerkelijke rollen: Elisabeth (Tannhauser), titelrol in L'Africaine, Elisabeth de Valois (Don Carlos).

ERNEST VAN DIJCK (Tenor) (Antwerpen, 2 april 1861- Berlaar, 31 augustus 1923) Van Dijck, die een opleiding van jurist kreeg en journalist was van beroep, studeert zang te Parijs bij Saint-Yves Bax en bij de componisten Massenet en Chabrier. Vanaf 1883 zingt hij bij de concerts Lamoureux en in 1884 maakt hij zijn lyrisch debuut te Antwerpen. In 1887 zingt hij in het Eden Theater in de Franstalige première van Lohengrin. Na zijn opleiding bij Julius Kniese en Felix Mottl, debuteert Van Dijck in 1888 op het Festival van Bayreuth in de rol van Parsifal, rol die hij daar regelmatig zal brengen tot 1912. Van 1888 tot 1900 is hij lid van het gezelschap van de Weense Opera waar hij op 16 februari 1892 de creatie verzorgt van Werther van Massenet. Als specialist in het Franse repertoire en uitmuntend Wagner-vertolker wordt Van Dijck gevraagd door de grootste operahuizen: Covent Garden, Opéra de Paris, Chicago, Metropoliton Opera van New York ... Van Dijck was nooit lid van het gezelschap van de Munt maar had er gastoptredens in 1895-96, 1897-98, 1900-01, 1902-03, 1903-04, 1904-05, 1909-10, 1910-11 en 1911-1 2. Hij nam er onder andere de rollen van Lohengrin, Tristan, Tannhäuser, Siegfried, Werther, Des Grieux en Faust voor zijn rekening. Hij gaf zangles zowel in Parijs als in Brussel. Opmerkelijke rollen: alle Wagner-rollen en Werther.

1951) Dufranne studeert zang aan het Conservatorium van Brussel met Désiré Demest. Hij maakt zijn debuut bij de Munt in de rol van Valentijn in Faust op 9 september 1896. Tot 1900 maakt hij deel uit van het gezelschap. Vervolgens verzorgt hij nog gastoptredens in 1918-1919. Zijn carrière verloopt nochtans hoofdzakelijk bij de Opera Comique de Paris waar hij, op 18 juni 1900 debuteert in de rol van Thoas in Iphigenea op Tauris. In 1909 stapt hij over naar het Palais Garnier. Hij zingt eveneens in Monte-Carlo (1907), in het Manhattan Opera House in New York (1908-1910), bij de Chicago Opera Co. (1910-1922) en in Covent Garden in London (1914). Pas in 1939 verlaat hij de scène. In wereldpremière creëert Dufranne een groot aantal opmerkelijke rollen uit het lyrische repertoire van de 20ste eeuw, onder andere in Grisélidis et Thérèse van Massenet, als Golaud in Pelléas et Mélisande van Debussy, La fille de Roland van Rabaud, de titelrol uit de Chemineau van Leroux, La Habanera van Loparo, L'Amour des trois Oranges van Prokofiev en als Don Quichotte in Le retable de Maître Pierre van Manuel de Falla. In 1929, zingt hij Don Inigo bij de opname van L'Heure espagnole onder de supervisie van Maurice Ravel. Opmerkelijke rol: Golaud in Pelléas et Mélisande

CLARA CLAIRBERT (Sopraan) (Sint-Gillis, 21 februari 1899 - Brussel, 5 augustus 1970) Na haar studies aan de Muziekacademie van Anderlecht, vervolgt Clara Clairbert haar opleiding in Le Havre en Parijs. Zij maakt haar debuut in Brussel in 1922 en, in de Munt, op 4 augustus 1924 in de rol van Olympia in Les Contes d'Hoffmann. Zij brengt er meer dan 200 maal Violetta met nochtans een bijzondere interesse voor het Mozart-repertoire (Konstanze, de Koningin van de Nacht, Elvire of Fiordiligi). Zij wordt door het Brusselse publiek werkelijk op handen gedragen en zet pas een punt achter haar carrière in 1953. Haar voortdurende succes in de Munt en haar talrijke fonografische opnames maakten haar als uitzonderlijke sopraan van het lichte genre tot ver buiten de grenzen bekend. Zij werd geëngageerd voor de seizoenen in Bordeaux en vooral in Lyon. Zij verzorgde eveneens gastoptredens in Monte-Carlo, Boekarest, Boston, San Francisco, Washington, Indianapolis en Los Angeles waar zij optrad met Benjamino Gigli. Opmerkelijke rollen: Traviata of een Mozart-rol, of nog zovele andere ...

.