Nature : Insects.
Previous
Next
 

Date of issue: 30th of march 1996

OBC/COB : number: 2630-2635

See also Booklet 27

Created by: Jacques Doppée / P.P.G. De Schutter

Perforation: 11 1/2
Size : 44 x 26 mm ;
Composition of the sheets: 6
Printing Process: Screendeepprint/Heliogravure
Number of plates:
Printing Run: 1.526.856 ex Booklets
Paper: P5 ( see paper Types )

 

2630 - 16F- Bloedrode heidelibel / Sympléte rouge sang
2631 - 16F- Aardhommel /Bourdon terrestre
2632 - 16F- Vliegend Hert / Lucane cerf-volant
2633 - 16F- Meikever / Hanneton
2634 - 16F- Veldkrekel / Grillon champétre
2635 - 16F- Zevenstippig lieveheersbeestje / Coccinelle a sept points

INFO

Postzegelboekje. natuur. Insecten. 150e verjaardag van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen: VAN KAREL VAN LOTHARINGEN TOT ALBERT II Daniel CAHEN Directeur Van het natuurkundig en natuurhistorisch kabinet van Karel van Lotharingen, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, tot aan het Koninklijk Natuurhistorisch Museum; van het paleis van Nassau tot aan het Leopoldspark: dit is in een notendop de geschiedenis van onze instelling vanaf haar oorsprong tot na de Tweede Wereldoorlog, toen het Museum, als erkenning van de wetenschappelijke aard van zijn talrijke activiteiten, het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen werd. De verzamelingen van Karel van Lotharingen kwamen toe aan de Academie van Wetenschappen en Letteren en na veel wedervaren aan de Stad Brussel, tot de jonge Belgische Staat ze in 1842 aankocht. Bij Koninklijk Besluit van 31 maart 1846 werd het Koninklijk Natuurhistorisch Museum opgericht. In de tweede helft van vorige eeuw werden de verzamelingen en de wetenschappelijke activiteiten van het Museum sterk uitgebreid. Van een bewaarplaats voor verzamelingen groeide het uit tot een onderzoeksinstelling die zich hoofdzakelijk richtte op de exploratie van het Belgische grondgebied. Hoewel deze betrokkenheid op het nationale grondgebied nooit verdwenen is, werd ze reeds vóór de Eerste Wereldoorlog en tijdens het interbellum minder dwingend, waarbij de onderzoeksdomeinen steeds meer geïnternationaliseerd werden. Zelfs toen Leopold II het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika oprichtte, zagen het Instituut en zijn vorsers niet van de wetenschappelijke exploratie van de kolonie af: via het Nationaal Instituut voor Landbouwonderzoek en het Instituut voor de Nationale Parken van Kongo bestonden er hechte banden. Het lijdt geen twijfel dat de "Golden Sixties" minder overvloed brachten voor het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen dan voor de andere wetenschappelijke instellingen. Hiervoor bestaan talrijke redenen. De gebouwen bleven onafgewerkt en raakten in verval, wat een ernstige belemmering vormde voor het beheer van de collecties en het eigenlijke museum en zeker de onderzoekers niet stimuleerde. Daarenboven oversteeg de uitbouw van het oceanografisch onderzoek, dat ten koste van andere wetenschappelijke domeinen te exclusief beklemtoond werd, ongetwijfeld de middelen van de instellingen. Vanaf het einde van de jaren zeventig werd van alle kanten aan het herstel gewerkt. Door de afwerking en de restauratie van de gebouwen ontstonden er geschiktere lokalen en konden de permanente museumzalen, samen met de tijdelijke tentoonstellingen, veel meer bezoekers aantrekken. Het wetenschappelijk onderzoek werd geherstructureerd rond heel traditionele krachtlijnen – entomologie, de overige invertebraten, paleontologie, natuurbehoud – en ondersteund door moderne technologieën zoals elektronenmicroscopie en biochemische systematiek. Er werd orde geschapen in de wetenschappelijke publicaties, die voortaan regelmatig verschijnen. Door deze vlugge ontplooiing, die zich nu nog doorzet, kan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen de institutionele ontwikkelingen van het land bijhouden en zijn verzamelingen en wetenschappelijke ervaring op het vlak van de biologische diversiteit ten dienste stellen van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen en de internationale wetenschappelijke gemeenschap.

.