History : 700 anniversay of Jean Ier, Duke of Brabant.
Previous
Next
 

Date of issue: 23th of March 1994.

OBC/COB : number: 2552-2554

see also Small Sheet F2554

 

Created by: jacques Doppée / P.P.G. De Schutter

Perforation: 11 1/2
Size : 37 x 22 mm ; 77 x 24 mm
Composition of the sheets: 30 ; 2254 - 15
Printing Process: Screendeepprint/Heliogravure
Number of plates: 1-2
Printing Run: 2552 : 3.000.000ex ; 2553 - 6.000.000 ex ; 2554 - 1.500.000ex
Paper: 2552 - P6 ; 2552 -2553 - P5 ( see paper Types )

 

2552 - 13F - Jan , Duke of Brabant
2553 - 16F - Knight tournement in England.
2554 - 30F - Battle van Wouringen.

INFO

Jan I, staatsman Jan I werd geboren in 1254 als tweede zoon van Hendrik III, hertog van Brabant, en Aleidis van Boergondië. Na het vroegtijdig overlijden van zijn vader in 1261, het regentschap van zijn moeder en de abdicatie van zijn oudste broer, werd hij in 1268 de zevende hertog van Brabant. Jan I regeerde met groot inzicht in de politieke omstandigheden van zijn tijd. Door zijn huwelijken met Margharetha van Frankrijk, dochter van de Franse koning Lodewijk IX en, na haar overlijden, met Margaretha van Vlaanderen, dochter van Gwijde van Dampierre, wist hij de steun of de neutraliteit van machtige buren te bekomen. In de strijd om het hertogdom Limburg slaagde hij erin de bisschop van Luik te neutraliseren en bracht door enkele toegevingen de graaf van Holland in zijn kamp. Ook de Brabantse steden plaatsten zich achter hem. Hij voorzag eveneens het conflict tussen Frankrijk en Engeland en liet daarom zijn zoon Jan II huwen met Margaretha van York, dochter van de Engelse koning. Zijn nazaten zouden van deze evenwichtspolitiek de vruchten plukken. Jan I, wetgever Als wetgever bouwde Jan I een stevige reputatie op. Met abdijen en adel werden overeenkomsten gesloten, talrijke steden kregen privilegies om hun steun voor de slag van Woeringen, o.m. Antwerpen, Brussel, Lier, Zoutleeuw en Herentals. Op het gebied van de rechtsgeschiedenis zijn vooral de keuren va 1292 belangrijk. Zij preciseren het testament van zijn vader (1261) en bevatten een strafcode en talrijke procedurebepalingen. Ook het bestuur en de jurisdictie werden geregeld, zo mochten burgers oneerlijke rechters aanklagen die dan door de vorst werden afgezet. Bepalingen voor de rechten van de vreemdelingen die in Brabant vertoefden werden eveneens voorzien. Jans keuren nemen een belangrijke plaats in tussen de charters, privilegies en testamenten van zijn voorouders die stilaan de Brabantse vrijheidsstaat verwezenlijkten. naar een tekst van Prof. Dr. Herman van Nuffel

Jan I, ridder Niet enkel politiek en militair was de regering van Jan I een succes. Ook toonde hij zich een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars, was hij zelf een dichter, maakte hij naam als wetgever en was het prototype van de hoofse ridder. Volgens de kroniekschrijvers hield Jan I van het ridderleven onder zijn meest diverse aspecten. Verslingerd op grote tornooien en steekspelen vond hij in het strijdperk nergens zijns gelijke. Kostelijke en grote feesten sloten hierbij aan, waar hij geld noch moeite voor spaarde. Boven allen te schitteren was voor hem een erepunt en steeds gedroeg hij zich als een machtig vorst. Aldus stond Jan I in hoog aanzien in de hoofse ridderwereld en groeide zijn faam uit tot ver over onze grenzen. Aan dit feestelijk ridderbestaan hingen trouwens ook schaduwzijden: geldnood liet zich voelen. Ook zijn grote belangstelling voor vrouwen kostte hem handen vol geld. Abdijen en adel werden te hoog belast zodat met beide standen overeenkomsten moesten gesloten worden. Jan I stierf een ridderdood. In een steekspel ingericht door de graaf van Bar liep hij een dodelijke verwonding op. Enkele dagen later, 3 mei 1294, overleed Jan I, amper veertig jaar oud. Jan I, inspiratiebron en dichter Het glorierijke leven van Jan I was ook een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars en hij was zelf een verdienstelijk dichter. In de Codex-Manesse (een verzameling hoofse gedichten van de 12de tot de 14de eeuw) blijven van hem negen hoofse liederen bewaard. Vier schijnen oorspronkelijk in het Duits geschreven, vijf, waaronder het bekende Harbalorifalied in het Diets. Door zijn levenswijze en succes was Jan I al tijdens zijn leven een geschikt figuur voor de legende. Verscheidene historieliederen, die zijn heldendaden bezongen, ontstonden in het Diets en in het Frans. Jan van Heelu schreef het epos over de slag van Woeringen, gevolgd door Jan van Boendale. Van de 18de tot de 20ste eeuw volgden gedichten, toneelspelen en romans, o.m. van Imbert, Hoffmann Fallersleben en Willems. Nicaise de Keyser vereeuwigde de slag van Woeringen op een groot schilderij in 1839; Arthur Meulemans schreef in 1953 een orkestsuite: Hertog Jan van Brabant, met eerste uitvoering te Hasselt in 1954. Dit zijn slechts enkele namen uit de indrukwekkende reeks kunstenaars die zich door de beroemde hertog van Brabant liet inspireren. Jan I koos als kenspreuk: aeternitati laboro (ik werk voor de eeuwigheid). Deze slagzin wist hij op vele gebieden waar te maken.

De slag van Woeringen De slag van Woeringen en de aanhechting van Limburg betekenden het hoogtepunt van zijn regeerperiode. In 1283 stierf de Hertogin van Limburg kinderloos. De keizer schonk haar echtgenoot (de graaf van Berg) het levenslang vruchtgebruik, doch talrijke kandidaten lieten hun rechten op de successie gelden. Jan I kocht de rechten van graaf van Berg af en verenigde meteen alle andere kandidaten tegen zich: Gelre, Luxemburg, Valkenburg (Fauquemont), de aartsbisschop Siegfried van Keulen. Jan I viel het Rijnland binnen en op 5 juni 1288 kwam het tot de grote ridderslag van Woeringen (Duits: Wörringen) aan de Rijn. De overwinning ging naar Jan I ondanks de machtige coalitie tegen hem. De zege was te danken aan een superieure strategie en de tactische fouten van de tegenstanders. De scheidsrechterlijke uitspraak van de Franse koning bevestigde de rechten van Jan I op Limburg. "Louvain au riche duc, Limbourg à qui l'a conquis" luidde voortaan de leuze van de Brabantse hertogen. Een lang nagestreefd doel van de Brabantse vorsten was werkelijkheid geworden. Beide gebieden bleven tot het einde van de 18de eeuw in een persoonlijke unie verenigd.

.