Nature : Mushrooms.
Previous
Next
 

Date of issue: 14th of September 1991.

OBC/COB : number: Booklet 21

see also nr 2418-2421

Created by: Oscar Bonneville / P.P.G. De Schutter

Perforation: 11 1/2
Size card : 48 x 41 mm
Composition of the sheets: 4
Printing Process: Rasterdeepprint/
Number of plates:
Printing Run: 1.000.000 ex Booklets
Paper: P5 ( see paper Types )

2418 - 14F - Groene Knolamaniet/Amanite phalloide
2419 - 14F - ParelAmaniet/Golmotte
2420 - 14F - Heksenboleet/ Bolet a pied rouge
2421 - 14F - Puntsmutswasplaat/Hygrphore jaune conique

INFO

 

De Op 7 december 1991 vond in het prachtig stadhuis van Brussel de 26e editie plaats van de uitreiking van de ' Grote Prijzen van de Filatelistische Kunst '. Volgende prijzen werden toegekend; ... - Grote Prijs, "beste tekening": het ontwerp van Oscar Bonnevalle, genaamd "Groene Knolamaniet ' dat deel uitmaakt van de uitgifte "Natuur ", bestaande uit 4 zegels van elk 14fr. en aangeboden onder de vorm van een postzegelboekje; ....

Groene knolamaniet - Amanita phalloides (Fr.) Link De groene knolamaniet is één van de dodelijk giftige paddestoelen van onze flora. Hij komt zowat in het gehele land voor, van zomer tot en met herfst, en vormt een associatie (mycorrhiza) met bomen. Hij heeft een voorkeur voor neutrale of kalkhoudende, humusrijke bodems. De hoed heeft een diameter van 6 tot 12 cm, is gelig groen tot olijfkleurig groen gekleurd. Zeer fijne, straalsgewijs gerangschikte vezeltjes geven hem een zijdeachtige glans. Aan de steel herkent men het genus Amanita : aan de bovenste helft van de steel zit een witte ring, en aan de basis, rondom de knolvorm een min of meer vliezige beurs. De steel is 6 tot 14 cm hoog en heeft een diameter van 1 tot 2 cm. De plaatjes, aan de onderzijde van de hoed, zijn wit. Wanneer de paddestoel volgroeid is, bestaat er meestal weinig gevaar om hem met een andere soort te verwarren. De nog zeer jonge vruchtlichamen kunnen sterk op een champignon lijken, omdat de witte beurs die bij de volgroeide exemplaren op de basis van de steel achterblijft, op dat ogenblik nog de hele paddestoel omsluit. Voor vergiftigingen met dodelijk afloop is deze soort voor meer dan 95% van de gevallen verantwoordelijk. Waarschijnlijk is het daarom dat de paddestoel reeds meerdere malen afgebeeld is op postzegels. grotten van Neptunus werden ontdekt op het einde van de 19de eeuw. Zij liggen in het zuiden van het gebied tussen Samber en Maas, op 3 km ten noorden van Couvin, in een natuurgebied La Calastienne één van de vermaardste geologische gebieden ter wereld. De kalkrotsen van Frasnes en Givet, waarin de grotten van Neptunus door het water werden uitgeslepen, ontstonden in de warme zeeën van het Primair, nagenoeg 380 miljoen jaar geleden. Het geleid bezoek begint in een prachtig natuurlijk kader, aan de voet van een rotswand, op een loopbrug over de Eau Noire (Zwarte Water), een onstuimige en grillige rivier, op de plaats waar zij gedeeltelijk door de scheuren in de kalksteen dringt, om haar weg te vervolgen doorheen de Grotten van Neptunus, tot zij verdwijnt in een ondergelopen gang waar tot op heden nog niemand is doorgeraakt. 24 uren later komt de onderaardse rivier opnieuw aan de oppervlakte in Nismes, na een nog volslagen onbekend traject van 3 km onder de heuvel van Mousty. Na een wandeling door de twee bovenverdiepingen, waarin zeer fraaie druipsteengroepen te bewonderen zijn, wordt het bezoek aan de grotten voortgezet per boot. Het eindigt met een uniek spektakel : het klank- en lichtspel, een feeëriek samenspel van klank en kleur waazdoor het bruisende water van een 10 meter hoge waterval omgetoverd wordt tot een stroom van azuur, van bloed en van smeltend metaal. Naarmate de bootjes vorderen ontdekt het oog telkens nieuwe klaterende watervalletjes die dit indrukwekkend schouwspel omlijsten. Naar een tekst van Paul BRON.

Parelamaniet - Amanita rubescens Pers. (Fr.) Deze paddestoel is een algemeen voorkomende soort die in associatie (mycorrhiza) leeft met loofbomen, maar ook bij naaldbomen en in gemengde loof- en naaldhoutbestanden kan voorkomen. Hij heeft een voorkeur voor bossen op een vrij humeuze bodem. De hoed heeft een diameter van 6 tot 16 cm, is vleeskleurig tot bruinig en bezet met grijzig-witte tot grijzig-bruine vlokjes. De steel is 6 tot 15 cm hoog, heeft een diameter van 1 tot 2,5 cm en is aan de basis duidelijk knolvormig verbreed. Zoals typisch voor amanieten zit er hoog aan de steel een ring; de beurs aan de basis is niet duidelijk ontwikkeld en meestal gereduceerd tot enkele ringvormige, lage lijsten. Bij beschadiging verkleurt het vlees langzaam rood. Deze verkleuring is het sterkst aan de knolvormige steelbasis. De parelamaniet is eetbaar, maar plukken ervan is niet aan te bevelen, gezien hij kan worden verward met sommige vormen van de giftige panteramaniet. De parelamaniet kan van de panteramaniet ondermeer onderscheiden worden door zijn vlees dat rood verkleurt en door de vlokjes op de hoed die niet zuiver wit zijn, zoals bij de panteramaniet.

Gewone heksenboleet - Boletus erythropus Pers.(Fr.) Is een vrij algemeen voorkomende soort die een associatie (mycorrhiza) vormt met loofhoutsoorten maar ook bij naaldhoutsoorten kan voorkomen. Hij komt meestal voor in bossen op een vrij humeuze bodem, van de zomer tot de herfst. De hoed varieert van 8 tot 22 cm, is bruinig van kleur variërend van roodbruin tot ietwat olijfkleurig bruin dikwijls met gelige tint naar de hoedrand toe. Het hoedoppervlak is fluwelig. De steel is kort en plomp buikig, van 4 tot 14 cm hoog en 2 tot 5 cm dik. Hij is rood-oranje en zeer dicht bezet met kleine, rode tot oranjerode vlokjes op gele achtergrond. Aan de onderzijde van de hoed zitten geen plaatjes, maar buisjes van zeer zachte structuur, De buisjes die met elkaar vergroeid zijn, zijn gelig met olijfgroene tint aan hun rand, de poriën, zijn ze rood-oranje zoals de steel. In de buisjes worden sporen gevormd. Bij kwetsing, druk of het doorsnijden wordt het vlees onmiddellijk donkerblauw. Deze blauwverkleuring heeft niets met giftigheid te maken : deze paddestoel is goed eetbaar, ondanks zijn Nederlandse benaming « Heksenboleet ».

Puntmutswasplaat - Hygrocybe persistens (Britz) Sing. Een vrij zeldzame paddestoel die voorkomt op voedselarme en relatief schrale graslanden. Vroeger was deze soort veel algemener, doch door het toegenomen gebruik van kunstmest en de algemene overmesting zijn de geschikte milieus voor dergelijke soorten veel zeldzamer geworden. (Het is van het grootste belang dat men dergelijke voedselarme milieus terdege beschermt, omwille van hun biologische rijkdom. Probeert men ze te «verbeteren », dan blijven ze hoe dan ook zeer dikwijls marginaal voor de landbouw, wat niet in overeenstemming is met de huidige ontwikkeling van de landbouw binnen de EEG.) De vruchtlichamen worden in de late zomer en de herfst gevormd. Ze zijn niet voor consumptie geschikt. De hoed van deze paddestoel heeft een diameter van 3 tot 6 cm, is in het begin vrij kegelvormig, maar zet uit bij ouder worden waarbij toch steeds een centrale bult (umbo) nablijft; hij is dikwijls lichtjes gelobd. De ganse paddestoel, is geel tot goudgeel; de plaatjes hebben een wat lichtere tint; soms is er een zweem van oranje in de kleur van de hoed. De vruchtlichamen zijn ietwat kleverig. De steel is 3 tot 5 cm hoog, meestal wittig aan de basis en heeft een ietwat vezelige, soms gedraaide oppervlaktestructuur.