Year of Public Transport. 100 Anniversary of Belgian railways.
Previous
Next
 
Home

Date of issue: 4th of May 1985.

OBC/COB numbers: 2174

see also nr 2174

Created by: Paul Funken/ De Schutter

Perforation: 11 1/2
Size: 38 x 24mm - sheet 150 x 100 mm
Composition of the sheets: 1
Printing Process: Screendeepprint
Number of plates: 1-2
Printing Run: 1.000.000 ex
Paper: P5 ( see paper Types )

2170 - 9F - Train type 18 of 1896

INFO

Jaar van het openbaar vervoer. 100e verjaardag van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen en 150e verjaardag van de eerste treinrit op het Europese continent. 1985 - Jaar van het Openbaar Vervoer Vier belangrijke verjaardagen vormen de aanleiding tot mijn initiatief om 1985 uit te roepen tot Jaar van het Openbaar Vervoer. In 1985 is het 150 jaar geleden dat de eerste trein reed < het Europese Continent en dit tussen Mechelen en Brussel, terwijl de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (N.M.V.B.) haar 100ste verjaardag zal vieren. Ook worden het Internationaal Verbond van Spoorweg congressen (A.I.C.C.F.) evenals de Internationale Unie van de Openbare Vervoerbedrijven (U.I.T.P.), - waarbij de meeste maatschappijen voor gemeenschappelijk vervoer uit de hele wereld zijn aangesloten en waarvan de zetel Brussel is gevestigd - , eeuwelingen in 1985. Tevens is het de 50ste verjaardag van het gebruik van elektrische tractie bij de spoorwegen. Doch niet enkel deze historische verjaardagen maken van, 1985 een bijzonder jaar. Ook het feit dat ons land reeds een jarenlange traditie en faam geniet op het vlak van het Openbaar Vervoer, wordt dit jaar herdacht. Sinds de prille jeugd der Openbare Spoorwegen, vertolkte België een leidende rol in de ontwikkeling van dit van vervoermiddel. Daarbij vervulde ons land steeds een piloot- en pionierstaak, functie welke het heden ten dage nog steeds waarneemt. Als Minister van Verkeerswezen en P.T.T. druk ik de vurige hoop uit dat, via de talrijke manifestaties en feestelijkheden gepland in het Jaar van het Openbaar Vervoer, bij de ganse bevolking het bewustzijn en de overtuiging zouden groeien en dat dit Openbaar Vervoer niet weg te denken is uit onze sterk mobiele samenleving. Herman DE CROO Minister van Verkeerswezen en P.T.T. De Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen De NMVB werd, voor onbepaalde duur, opgericht door de wetten van 28 mei 1884 en 24 juni 1885. Onmiddellijk na haar stichting begon de NMVB met de aanleg van talrijke lijnen en reeds op 15 juli 1885 werd gestart met de exploitatie van een eerste lijn. Door de sterke uitbreiding van de activiteiten werd het personenvervoer, dat in de 19e eeuw slechts bijkomstig was t.o.v. het goederenvervoer, niet alleen de voornaamste maar vanaf 1970 vrijwel de enige activiteit van deze maatschappij. Vanaf 1896 werd voor het eerst, op de lijn Brussel Kleine Hut, de stoomtractie door de elektrische tractie vervangen. Na de eerste wereldoorlog werd de elektrificatie van de drukke lijnen ijverig voortgezet terwijl op de minder drukke lijnen de stoomtractie werd vervangen door spoorauto's. Vanaf 1924 kwamen ook de eerste buslijnen in dienst. Na de tweede wereldoorlog verving de bus geleidelijk eerst de dieseltrammetjes en later ook de elektrische lijnen. De bedrijvigheid van de NMVB nam in 1977 aanzienlijk toe, toen de busdiensten die vroeger aan de NMBS waren gemachtigd door de NMVB werden overgenomen. Deze struktuurhervorming maakt van de NMVB omzeggens de enige exploitant van interstedelijke en stedelijke autobuslijnen en de belangrijkste maatschappij van openbaar vervoer van België. In 1984 breidde het NMVB-net opnieuw uit door de invoering van het Intercityplan van de NMBS. Om de reizigers van de gesloten NMBS-stations verder te bedienen werden een aantal nieuwe buslijnen gecreëerd en werden andere buslijnen aangepast zowel wat betreft reisweg als wat betreft frequentie. In 1984 bedroeg de lengte van het tramnet nog 191 km. De lengte van de door de NMVB geëxploiteerde busdiensten bereikte toen 27.863 km. (Tekst welwillend medegedeeld door de Nationale Maatschappij van de Buurtspoorwegen). Honderdvijftig Jaar Belgische Spoorwegen De Belgische Spoorwegen werden opgericht overeenkomstig de wet van 1 mei 1834. Daarin werd reeds het tot stand brengen van een nationaal spoorwegnet voorzien. De inwijding van de eerste lijn Brussel-Groendreef-Mechelen ging door op 5 mei 1835. Het was het eerste baanvak van hetgeen het dichtste spoorwegnet ter wereld zou worden. De totale lengte ervan zou eens meer dan 5.000km lijnen bedragen die met de 5.000km van de Buurtspoorwegen aangevuld werden. Op 30 december 1835 kon de Maatschappij John Cockerill te Seraing reeds de eerste locomotief van de Belgische makelij leveren. Ze kreeg "DE BELG" als naam. De eerste stap naar hetgeen een nationale traditie zou worden was gezet. Tot heden ten dage leverde en exporteerde ons land bestendig spoorwegmaterieel en -technieken. Bovendien hebben onze landgenoten overal ter wereld de spoorwegen helpen uitbouwen. Belgen zoals E. WALSCHAERTS, A. BELPAIRE en FLAMME en zoveel anderen hebben tot de verbetering van de stoomlocomotief bijgedragen. Hun uitvindingen werden overal toegepast. Ir. NOTESSE ontwierp nog in 1935 de prachtige locomotieven "PACIFIC" type 1 en in 1939 de "ATLANTIC" reeks 12 (waarvan een exemplaar in 1985 nog rijklaar zal zijn). De stoomtractie verdween van het spoorwegnet op 20 december 1966. Met de elektrificatie van het net, die in 1935 een aanvang nam, werd een nieuw tijdperk ingeluid. De nationale industrie zou voortaan uitstekende elektrische-en diesellocomotieven alsmede motortreinstellen, comfortabele rijtuigen en steeds meer gespecialiseerde goederenwagens bouwen. Onze spoorwegen hebben steeds intensief bijgedragen tot de economische welvaart van het land en zullen dat in de toekomst blijven doen. (Tekst welwillend medegedeeld door de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen). Het Eeuwfeest van de Internationale Spoorwegcongresvereniging De Internationale Spoorwegcongresvereniging werd honderd jaar geleden te Brussel gesticht op het einde van het eerste internationaal spoorwegcongres dat van 8 tot 15 augustus 1885 georganiseerd werd op initiatief van de toenmalige Minister van Spoorwegen, Posterijen en Telegrafie, J. Vandenpeereboom. Het succes van dit congres overtrof de stoutste verwachtingen. Vrijwel alle aangezochte regeringen waren op de uitnodiging van de Belgische regering ingegaan en er waren 341 afgevaardigden uit alle delen van de wereld aanwezig. Tijdens de daarop volgende eeuw zouden er nog 22 congressen en 10 zogenaamde intersessie-conferenties gehouden worden, waarop talloze problemen in verband met verkeerstechniek in het algemeen en spoorwegtechniek in het bijzonder behandeld werden. De Internationale Spoorwegcongresvereniging, waarvan de zetel te Brussel gevestigd is. telt momenteel 28 regeringen, 15 internationale organismen en niet minder dan 83 spoorwegmaatschappijen uit de vijf continenten onder haar leden. Zij heeft tot doel de ontwikkeling van het spoorwegverkeer te bevorderen d.m.v. een systematische uitwisseling van ervaringen tussen haar leden door het organiseren van congressen of andere meer beperkte vergaderingen met een wetenschappelijke, economische en verkeerstechnische inslag. De Vereniging verstrekt informatie aan haar leden en geeft, in samenwerking met de Internationale Spoorwegunie te Parijs, ook twee tijdschriften uit. Het eeuwfeest van de Internationale Spoorwegcongresvereniging wordt gevierd tijdens een congres te Brussel, dat van 6 tot 10 mei 1985 plaats grijpt onder het thema: "Het aandeel van de spoorwegen in het verkeersgebeuren bij de eeuwwisseling ". Zowat 500 afgevaardigden uit de hele wereld zullen deelnemen aan dit congres. dat in aanwezigheid van Zijne Majesteit Koning Boudewijn I zal geopend worden. De Belgische regering en de Belgische industrie hebben zich zonder voorbehoud voor het welslagen van het congres van 1985 te Brussel ingezet en verlenen bij de voorbereiding hiervan hun intensieve medewerking. (Tekst welwillend medegedeeld door de A I.C.C.F). 100 jaar Internationale Unie van het Openbaar Vervoer (U.I.T.P.) en 46' Internationaal Congres te Brussel van 19 tot 24 mei 1985 Na het Internationaal Geografisch Congres van 1885 te Brussel, werd op initiatief van Z.M. Koning Leopold II de Internationale Unie van het Openbaar Vervoer opgericht. Bij deze Unie sloten groepen ondernemingen aan die netten voor stedelijk, interstedelijk en streekvervoer uitbaatten met autobussen, trolleybussen, trams. stads- en buurtspoorwegen, enz... Het doel van de UITP bestaat erin de problemen van het openbaar vervoer te bestuderen en de technische en economische vooruitgang ervan te bevorderen, steeds rekening houdend met het openbaar nut. De Unie treedt bovendien op als documentatiecentrum. dat de uitwisseling van informatie tussen de uitbaters coördineert en hun ervaring ten dienste van de groep stelt. De onderzoekingen van de Unie worden gedeeltelijk uitgevoerd door internationale technische commissies die samengesteld zijn uit door de aangesloten ondernemingen aangeduide deskundigen. De UITP richt verder ook tweejaarlijkse internationale congressen in. Ter gelegenheid van deze congressen ontstaat er persoonlijk contact tussen de leden en worden verslagen over thema's die de sector van het openbaar vervoer in zijn geheel aanbelangen, voorgelegd en besproken. Op basis van gegevens die verzameld worden met behulp van door de Unie verspreide vragenlijsten, worden door uiterst bekwame specialisten de verslagen opgesteld. Na een grondige bespreking worden conclusies getrokken die ter goedkeuring voorgelegd worden aan de algemene vergadering, waarmee telkens een congres afgesloten wordt. Deze conclusies worden op internationaal vlak verspreid. De Unie heeft het statuut van raadgevend orgaan bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties, en verleent haar medewerking aan de Comités en werkgroepen bij de Verenigde Naties in Genève. Ze staat bovendien in verbinding met een groot aantal nationale en internationale organisaties en federaties over de hele wereld. De Unie wordt bestuurd door een directiecomité met 401eden die door de Algemene Vergadering van de gewone leden verkozen worden. Gewone leden. De vertegenwoordigers van de ondernemingen die de diensten voor openbaar vervoer uitbaten, de ministeries en regeringsdepartementen, de openbare machten en de plaatselijke overheden die de exploitatievergunningen verlenen. afleveren en controleren, de nationale verenigingen voor openbaar vervoer. Buitengewone leden. De vertegenwoordigers van industriële ondernemingen. studiebureaus. wetenschappelijke instellingen, universiteiten en andere instellingen die geen netten voor openbaar vervoer uitbaten. (Tekst welwillend medegedeeld door de UI.T.P.)

 

.

.

.

.

.

.

.

.