150 Anniversary Royal Music Acedemy Brussel.
Previous
Next
 
Home

Date of issue: 23th of January 1982.

OBC/COB numbers: 2034-2035

 

Created by: design : Gérard Gaudaen / helio : J. Malvaux

Perforation: 11 1/2
Size: 35 mm x 24 mm
Composition of the sheets: 30
Printing Process: Screen deepprint ;
Number of plates: 1-2
Printing Run: 2034 - 3.600.000ex ; 2035 - 9.000.000ex
Paper: P5 ( see paper Types )

2034 -6F50 - Royal Music Academy Brussel
2035 -9F - Palace of Justice Brussel

INFO

Op 13 februari 1832 werd het koninklijk besluit ondertekend houdende de oprichting van het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel en dit ter vervanging van de Koninklijke Muziekschool, gesticht in 1826, bij besluit van Willem I der Nederlanden. Het eerste organiek reglement van het Conservatorium dateert van 21 juli 1832. Op 15 april 1833 werd François-Joseph Fetis benoemd tot directeur van deze instelling, destijds gevestigd in de Stuiversstraat, in de lokalen van de Oude Raad van Financiën. Op dat tijdstip waren 73 leerlingen ingeschreven voor het eerste leerjaar. Al heel vlug moest, wegens plaatsgebrek, een eerste maal worden verhuisd naar de Bodenbroekstraat, waarna van 1847, ten gevolge van een nieuwe uitbreiding, de installatie in de gebouwen van het oud hotel de Croy aan de Kleine Zavel volgde. Vanaf zijn in-functie-treding, organiseerde Fetis leerlingenauditoria en concerten. Deze activiteiten verplichtten hen geschikte lokalen te vinden en de uitvoeringen gingen dan ook door op verschillende plaatsen, onder andere, in de zaal van het Hertogelijk Paleis (momenteel Paleis der Academiën) waar orgels werden geplaatst. De dynamische directeur hield zich in het bijzonder bezig met de oprichting van een orkest, samengesteld uit leraren en leerlingen van het Conservatorium. Hij organiseerde talrijke concerten tijdens dewelke de oude muziek de voorkeur genoot. De Regering dacht er evenwel aan de veelvuldige activiteiten van het Conservatorium te laten plaatsgrijpen in een omgeving, deze instelling waardig. Het project tot oprichting van het huidige gebouw in de Regentschapsstraat, verwezenlijkt door architect J.P. Cluysenaar (1811-1880) en waarvan het fronton werd gebeiteld door de beeldhouwer Rodan, dateert van 1866. De koning en de koningin bezochten dit gebouw tien jaar later, toen het bijna afgewerkt was. In deze periode werd het Conservatorium beheerd door François-Auguste Gevaert die, dank zij zijn musicologische bekwaamheid en zijn organisatorisch talent, het niveau van de instelling aanzienlijk verhoogde. Onder zijn leiding verwierven de concerten van het Conservatorium een gewaardeerde faam. Bovendien werd het Instrumentenmuseum, door toedoen van zijn eerste conservator, Charles-Victor Mahillon, weldra een der rijkste van Europa. Door een koninklijk besluit, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 9.9.1966, werd in de schoot van het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel een Nederlandse en een Franse afdeling opgericht, ieder onder de leiding van een directeur. (Bron: « Le Conservatoire royal de Musique de Bruxelles » door Jacques Leduc.)

De Belgische Grondwet van 1831 heeft de scheiding van de drie Machten gehuldigd. De Rechterlijke Macht werd toevertrouwd aan de hoven en rechtbanken, die onafhankelijk zijn van de twee andere Machten, de Wetgevende en de Uitvoerende. De Belgische Grondwetgevers behielden grotendeels de rechterlijke organisatie die onder het Franse bewind, en voornamelijk in het jaar Vlll (1800), werd ingevoerd en die het Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) werd behouden. De Hoven van beroep, de rechtbanken van eerste aanleg en de vredegerechten bleven hun werkzaamheden uitoefenen zoals voor de Belgische Omwenteling. De wet van 4 augustus t832 tot inrichting van de rechterlijke orde heeft deze organisatie bekrachtigd. Ze heeft ook, in uitvoering van de Grondwet, aan de top van de gerechtelijke hiërarchie een nieuw Hof van Cassatie ingesteld, zoals onder het Franse bewind. De installatie van het Belgische Hof van Cassatie had plaats op 15 oktober 1832; het bestaat dus 150 jaar. Baron Etienne de Gerlache, gewezen voorzitter van het Nationaal Congres en van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, werd tot eerste voorzitter benoemd en bleef het tot in 1867; om te herinneren aan de opdracht die hij in die hoedanigheden heeft vervuld, werd een postzegel met zijn beeltenis verleden jaar uitgegeven (1981, nr. 2). Uitmuntende juristen bekleedden sedertdien dit ambt, alsook dat van procureur-generaal in het Hof van Cassatie, de hoogste functies in de Rechterlijke Macht. De raadsheren worden door de Koning benoemd uit twee dubbeltallen, het ene voorgedragen door de Senaat, het andere door het Hof; op deze wijze treden de drie Machten op bij de benoeming van de magistraten van het opperste rechtscollege. De onafhankelijkheid van de rechters wordt gewaarborgd door hun onafzetbaarheid: voor het leven benoemd, kan geen rechter uit zijn ambt worden ontzet of geschorst, dan door een vonnis (Grondw., art. 100). De rechters en de leden van het openbaar ministerie zijn beroepsmagistraten die hun juridische kennis moeten bewijzen aan de hand van hun diploma en die een reële ervaring in de rechtspraktijk moeten bezitten. Er bestaan evenwel nog volksrechters in België. De Grondwet voerde o.a. de jury weer in, die bestaat uit twaalf door het lot aangewezen burgers, om criminele zaken alsmede politieke misdrijven en drukpersmisdrijven te berechten (Grondw., art. 98). De jury, gedurende het Franse bewind overgenomen uit het Engelse rechtsstelsel, was in 1814 afgeschaft. Sedert 1831 bestaat er in elke provincie een Hof van assisen, samengesteld uit een jury en drie magistraten, om o.m, in de zwaarste criminele zaken recht te spreken. Ook in het militair gerecht, in de rechtbanken van koophandel en de arbeidsgerechten worden niet-juristen bij de rechtsbedeling betrokken. Bij de Grondwetsherziening van 1970 werd artikel 105 van de Grondwet aangevuld door de vermelding van de arbeidsgerechten; sedert lange jaren bestonden er echter reeds gelijkaardige rechtscolleges onder de naam « werkrechtersraden ». Onlangs, in 1967, heeft het nieuw Gerechtelijk Wetboek een aantal wijzigingen in de organisatie van de hoven en rechtbanken aangebracht. Toch is de Rechterlijke Macht grotendeels gebleven zoals ze door de Grondwet van 1831 georganiseerd werd. Van de artikelen 92 tot 107 van de Grondwet werden er slechts twee gewijzigd: het ene om het aantal hoven van beroep van drie op vijf te brengen, het andere om de arbeidsgerechten in de Rechterlijke Macht op te nemen. (Tekst ons welwillend toegezonden door de Heer Procureur-generaal Dumon.)

 

.

.

.

.

.

.

.