Music Instruments.
Previous
Next
 

Date of issue: 15th of Septembre1973.

OBC/COB number: 1684

Created by: Jean Malveaux

Perforation: 11 1/2
Size: 24mm x 35mm
Composition of the sheets: 30
Printing Process: Screendeepprint
Number of plates: 1-2-3-4
Printing Run: 3.500.000ex
Paper: P3 ( see paper Types )

1684 - 9F - Tenor Saxofoon and Adolphe Sax

INFO
In de geschiedenis van de muziekinstrumenten hebben de Belgische provincies sinds het einde van de Middeleeuwen voortdurend een voorname rol gespeeld. Aloude archiefstukken, daterend uit het einde van de 14de eeuw tot het begin van de 16de eeuw, getuigen dat het Hof van Bourgondië niets onverlet liet om de fabricage van muziekinstrumenten op nationaal vlak te bevorderen. Jan I van Aragon schreef tussen 1380 en 1390 dringende brieven aan zijn schoonbroer Filips de Stoute waarin hij met aandrang de toezending eiste van allerlei in Vlaanderen vervaardigde muziekinstrumenten. In het begin van de 15de eeuw werd het Hof bevoorraad door Brugse fabrikanten van blaasinstrumenten. Rond datzelfde tijdstip waren de Nederlandse orgelbouwers de voornaamste van gans Europa. Karel de Stoute, zijn dochter Maria van Bourgondië en Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, hielden een uitgebreide muziekkapel in stand waarvan de instrumenten grotendeels uit Brugge afkomstig waren. Het was in het begin van de 16de eeuw dat Antwerpen Brugge verdrong als voornaamste centrum voor het vervaardigen van muziekinstrumenten. De jonge Keizer Karel en zijn zusters Eleonora, Maria en Isabella wendden zich dan ook tot de Antwerpse ambachtslieden voor het aanschaffen van nieuwe muziekinstrumenten. Antwerpse klavecimbels waren in de 16de en 17de eeuw wereldvermaard. Namen als Ruckers en Couchet zijn de geschiedenis ingegaan. Hun instrumenten waren van de allerbeste kwaliteit doch wars van alle modernisme. Hans Ruckers werd door de encyclopedisten uit de 18de eeuw bestempeld als de stichter van een geslacht van instrumentenbouwers en tevens als de man die aan het klavecimbel de meest ingenieuze verbeteringen aanbracht. In de 18de eeuw vestigden de instrumentenbouwers zich meestal te Brussel doch de geschiedenis vermeldt eveneens de steden Mechelen, Bergen en Doornik als belangrijke fabrikageplaatsen van blaas- en snaarinstrumenten. Tijdens de 19de eeuw tenslotte spanden de Belgische ambachtsmannen zich terdege in voor het perfectioneren van de blaasinstrumenten. De meest befaamde onder hen was Antoine Joseph Sax, bijgenaamd Adolphe. Geboren te Dinant op 6 november 1814 groeide hij op in de werkplaats van zijn vader Charles Joseph, bouwer van blaasinstrumenten. Muziekonderricht genoot hij aan het Conservatorium te Brussel waar hij volgens de archiefstukken van deze instelling vooral uitblonk in het spelen op de fluit en de klarinet. In 1842 vestigde Adolphe Sax zich te Parijs waar hij, aangemoedigd door Berlioz, verder werkte aan de vervolmaking van de reeks instrumenten die zijn naam dragen, o.m. de saxofoon die door Berlioz zeer werd geapprecieerd. Andere uitvindingen van Sax zoals de Saxhoorn en de Saxotrornba, hebben tegenwoordig nog slechts een historische waarde. Niettemin zullen ze steeds blijven getuigen van de briljante persoonlijkheid en het geniale brein van hun uitvinder. Adolphe Sax overleed te Parijs op 3 februari 1894. Vandaag de dag is de saxofoon het meest bespeelde blaasinstrument in jazz- en amusementsorkesten. Componisten als Massenet, Richard Strauss, Debussy, Ravel en Anton von Webern, gebruikten meermalen de saxofoon in hun partituur. Behalve geniale instrumentenbouwers bezat België ook tal van knappe musicologen en instrumentenverzamelaars die de Belgische productie in het buitenland weerklank deden vinden. Hen danken we eveneens de beveiliging van het Belgisch kunstpatrimonium der oude muziekinstrumenten. Een prachtige verzameling Antwerpse klavecimbels wordt in het Vleeshuis te Antwerpen bewaard. Het Instrumentenmuseum van het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel dankt zijn faam als eerste rang museum op wereldvlak aan zijn eerste Conservator Victor-Charles Mahillon, die tevens bouwer was van blaasinstrumenten en een groot vriend van Adolphe Sax. Hij bracht te Brussel een belangrijke verzameling bijeen van Antwerpse klavierinstrumenten, een merkwaardig aantal blaasinstrumenten en violen uit de 18de eeuw, de voornaamste exemplaren uit de reeks van Adolphe Sax en nog zoveel andere. Deze boeiende collectie oude muziekinstrumenten wordt als de belangrijkste van gans de wereld bestempeld. Tal van deze museumstukken zijn afkomstig van Cesar Snoeck uit Ronse die een hartstochtelijk bewonderaar en verzamelaar was van muziekinstrumenten van Belgische makelij .

.

.

.

.

.